- Home
- Mededeling
- over bank.blog en haar auteur
- Rubriek: 2e kamer
Overzicht openbare gesprekken, 3e week
1 februari tot en met 4 februari 2010
Maandag 1 februari 2010
10.00 – 12.00 A.H.E.M. Wellink (Nout)
President van De Nederlandsche Bank
13.00 – 14.15 A. Schilder (Arnold)
Voorzitter International Auditing and Assurance Standards Board
(IAASB), een onderdeel van de Internationale federatie van
accountants.
Van 1998 tot en met 2008 directeur Toezicht bij De
Nederlandsche Bank.
14.30 – 16.00 T. de Swaan (Tom)
Lid Adviescommissie toekomst banken.
Oud-lid van de raad van bestuur van ABN AMRO (chief financial
officer).
Oud-directeur Toezicht bij De Nederlandsche Bank.
16.15 – 17.15 L.B.J. van Geest (Laura)
Directeur-generaal begrotingszaken ministerie van Financiën.
Van 1 februari 2006 tot 1 januari 2008 was zij thesauriergeneraal
bij het ministerie van Financiën.
Woensdag 3 februari 2010
10.00 – 11.15 W. Jiskoot (Wilco)
Oud-lid raad van bestuur ABN AMRO.
11.30 – 13.00 R.W.J. Groenink (Rijkman)
Oud-voorzitter raad van bestuur ABN AMRO.
13.45 – 15.15 W.R. White (William)
Econoom. Van 1995 tot 2008 economisch adviseur van de Bank
voor Internationale Betalingen in Basel.
15.30 – 17.00 A. Martinez (Arthur)
Voorzitter raad van commissarissen ABN AMRO.
17.15 – 18.15 B. Staal (Boele)
Voorzitter Nederlandse vereniging van banken NVB.
Donderdag 4 februari 2010
10.00 – 12.00 A.H.E.M. Wellink (Nout)
President van De Nederlandsche Bank.
13.00 – 15.00 W. Bos (Wouter)
Minister van Financiën.

Minister Bos heeft antwoord gegeven op de kamervragen van de kamerleden Tang en Vos (PvdA) over de mogelijke overeenkomsten tussen ABN AMRO AEX-sparen en de RBS Royal obligaties en of deze producten eerder citroenen dan knollen zijn. Het antwoord laat niets aan onduidelijkheid over en komt 100% overeen met mijn eigen analyse. Lees verder
In mijn blog van 4 oktober (http://bank.blog.nl/dsb/2009/10/04/deze-vragen-zijn-serieus-gesteld-aan-bos-ik-geef-u-vast-de-antwoorden) was ik niet erg lovend over de vragen die gesteld werden door de kamerleden Vos en Spekman (PvdA). Ik gaf toen maar vast de antwoorden die ik dacht dat Bos zou gaan geven.
Bos heeft geantwoord en hij had mijn antwoorden kunnen overnemen. Waren er nog verrassingen, het gaat immers wel om DSB! Lees verder
In mijn blog van 17 november (http://bank.blog.nl/abn-amro/2009/11/17/kamervragen-of-een-abn-amrorbs-product-een-knol-is-of-een-citroen) heb ik de kamervragen van Tang/Vos besproken met betrekking tot de producten AEX sparen van ABN AMRO en de Royal obligaties van RBS. Beide producten laten de rente/coupon afhangen van de stand van de AEX. Het ABN AMRO product is een spaarproduct en het RBS product een belegging. Dit zou verwarring kunnen geven bij de consument.
Ik heb aangegeven dat het begrip ’sparen’ beter beschermd zou moeten worden. In dit verband kan ik mij enige verwarring bij het ABN AMRO product voorstellen, alhoewel de bank het goed en duidelijk uitlegt. Het ontgaat mij echter waarom een pur sang beleggingsproduct er bij wordt gehaald. Voor een beleggingsproduct lijkt het mij niet vreemd dat er een relatie met de AEX wordt gelegd (er zijn vreemdere links op de beurs te vinden). Gaan we de call AEX december 2010, die alleen een opbrengst geeft als de AEX boven de 310 staat, ook als een spaarproduct zien?
Naar aanleiding van recente publikaties in NRC Next en Elsevier (editie van 28 november, pag. 68) over dit onderwerp, wil ik graag aan de hand van het RBS product vaststellen dat er echt verschillen zijn tussen sparen en beleggen.
1. De Royal obligaties (Royals) hebben een beursnotering op Euronext; AEX sparen heeft geen beursnotering
2. De Royals kunnen via elke bank of broker worden gekocht; AEX sparen alleen bij ABN AMRO
3. De Royals gaan vergezeld met een prospectus, dat is een verplichting bij een beursnotering; AEX sparen kent alleen een algemene beschrijving van het product
4. De Royals kunnen elke seconde worden gekocht of verkocht op de beurs, er wordt door RBS een markt gemaakt, de prijzen fluctueren; AEX sparen moeten 6 maanden worden vastgezet (zie deposito)
5. De Royals worden opgenomen in de effectenportefeuille van de klant, er dient een effectenrekening te worden geopend; bij AEX sparen wordt er een spaarrekening geopend
6. Omdat het een effectenproduct is, valt het onder de zorgplicht van de banken en dient gekeken te worden of het product voldoet aan het klantenprofiel; bij AEX sparen is dit niet het geval
7. Als de bank waar de Royals in depot liggen, failliet gaat, dan heeft dit geen gevolgen voor de Royals, die vallen buiten de boedel; als ABN AMRO failliet gaat, dan ben je gewoon crediteur
8. Als RBS, de uitgevende instelling, failliet gaat, dan is de houder van Royals crediteur en moet afwachten of er nog iets over blijft; de AEX spaarders vallen onder depositogarantiesysteem
9. Voor de aankoop van Royals is de standaard effectenprovisie van uw bank van toepassing, plus 0,3% per jaar beheerkosten; bij AEX sparen zijn er geen kosten
10. De Royals komen op het fiscaal overzicht bij effecten te staan, AEX sparen wordt onder sparen gerubriceerd
Kortom, het ontging mij en het ontgaat mij waarom de kamerleden, maar ook de verschillende recensenten denken dat er verwarring kan zijn bij spaarders of beleggers bij deze twee producten. Laten we ons concentreren op de vraag wanneer een product sparen genoemd mag worden, daar is nog wel wat werk te verrichten

Naar aanleiding van kamervragen van Tang en Vos (PVDA) heb ik in mijn blog de discussie aangezwengeld wat nu eigenlijk de definitie van sparen is (http://bank.blog.nl/abn-amro/2009/11/17/kamervragen-of-een-abn-amrorbs-product-een-knol-is-of-een-citroen).
Een zeer interessante vraag in het licht van de uitspraak van Kockelkoren van de AFM die in een speech aangaf dat veel consumenten geen onderscheid kunnen maken tussen ‘knollen en citroenen’.
In haar uitzending van 16 november heeft RADAR (opnieuw) aandacht besteed aan de RABO ‘Opmaat hypotheek’ waar ook niet geheel duidelijk lijkt te zijn wat gespaard wordt en wat wordt belegd.
Het product wordt volgens RABO niet meer aangeboden, maar de website doet voorkomen alsof het product nog volop beschikbaar is (zie hier de link). Volgens RADAR betreft het 200.000 klanten. Veel klanten zouden volgens RADAR op de einddatum bij lange na niet het beoogde eindbedrag halen om de hypotheek af te lossen, ondanks het feit dat ‘gespaard’ wordt. Het gaat mij in dit blog niet zozeer om evt. schade, maar om de wijze waarop klanten geinformeerd zijn/worden over het sparen en/of het beleggen.
De RABO Bank, altijd haantje de voorste als het gaat om duurzaam bankieren en het propaganderen van het cooperatieve bedrijfsmodel dat niet winst maar de klant voorop zou stellen, heeft m.i. bij dit product een aparte definitie van sparen gehanteerd en de kamerleden hadden beter dit product kunnen gebruiken in hun kamervragen. Lees verder


De tweede kamerleden Tang en Vos (PVDA) hebben kamervragen gesteld aan minister van Financien over twee bankproducten (zie hier de link). De twee kamerleden refereren aan een artikel in het FD, waarin Kockelkoren (directie AFM) wordt geciteerd met de uitspraak “banken verkopen nog knollen voor citroenen”. Vervolgens worden twee producten van ABN AMRO ( AEX-sparen) en RBS (royal obligaties) genoemd en in verband gebracht met deze uitspraak van de AFM.
In de eerste plaats irriteert het mij lichtelijk dat kamerleden niet refereren aan de bron, maar aan een artikel in de krant (en dan met name de kop van het artikel). Want Kockelkoren heeft het echt anders gezegd. In zijn speech van 4 november 2009 te Sint Michielsgestel in een toespraak op het Strategieplatform banken en Verzekeraars zegt Kockelkoren onder alinea 8 dit: ” Ten tweede kunnen klanten in de financiele sector knollen niet van citroenen onderscheiden”. Dit is wat anders dan zeggen dat banken knollen voor citroenen verkopen.
Maar goed, terug naar de kamervragen. ABN AMRO en RBS hebben producten ontwikkeld voor de consumentenmarkt en de kamerleden denken dat hier ‘knollen voor citroenen’ worden verkocht. Beide producten hebben de periodiek uit te keren vergoeding gekoppeld aan de stand van de AEX. ABN AMRO noemt het product een spaarproduct en RBS noemt het product een beleggingsproduct. De kamerleden snappen dit niet. Ik snap het wel en zoek er ook niets achter! De kamerleden schieten met hagel op een mug. Lees verder
Op 30 september stelden de kamerleden Vos en Spekman een aantal vragen aan de minister inzake ‘verkooppraktijken DSB’ . In mijn blog heb ik toen alvast antwoord gegeven op de vragen (ik vond ze namelijk erg voor de hand liggen). Hier is de link naar dit blog http://bank.blog.nl/dsb/2009/10/04/deze-vragen-zijn-serieus-gesteld-aan-bos-ik-geef-u-vast-de-antwoorden.
Vandaag reageert minister Bos en je gelooft het niet, het antwoord is als volgt: ” Naar aanleiding van schriftelijke vragen van de leden Vos en Spekman (PvdA) over verkooppraktijken van DSB deel ik u mee, dat het niet mogelijk is deze vragen binnen de gestelde termijn te beantwoorden. De beantwoording vergt nadere afstemming.”
Wordt vervolgd.
![]()
Vorige week heeft kamerlid Tang (PVDA) antwoord gekregen op vragen die hij 9 september aan de minister van financien had gesteld (zie hier de link). Vraag 3 luidde als volgt: “weet u wat de omvang is van de bonuspotten bij Nederlandse banken?”.
Interessante vraag, zeker in relatie tot de recordbonussen in de VS en UK , o.a. bij banken die met overheidssteun overeind zijn gebeleven. Het antwoord van Bos is op zijn minst nog interessanter.
Dit is zijn antwoord: “Ik ken de totale omvang van bonuspotten bij Nederlandse banken niet”. Dat is jammer, want in antwoord op vraag 2 geeft Bos aan de omvang van de bonussen bij Amerikaanse banken wel te kennen.
Nog ontluisterender is m.i. het vervolg van het antwoord. DNB heeft onlangs een onderzoek naar het beloningsbeleid bij banken uitgevoerd. Hierover was veel te doen, want de variabele beloning was nauwelijks teruggelopen, ondanks verlieslatende activiteiten. Ik heb aandacht aan dit rapport besteed in mijn blog van 21 september http://bank.blog.nl/bankieren-algemeen/2009/09/21/onthullend-bonusrapport-dnb-risico-speelt-nauwelijks-een-rol-in-het-vaststellen-van-de-bonus).
En wat zegt de minister vervolgens in zijn antwoord: ” dit vormde geen onderdeel van het onderzoek van DNB naar de beloningspraktijken bij Nederlandse financiele ondernemingen”.
Tsja, wat heeft DNB dan gedaan in dat onderzoek? De vragen Tang zijn zeer legitiem. Consumenten willen weten wat er gebeurt met haar belastinggeld. Ook in Nederland zijn veel financiele instellingen gered met overheidsgeld en dan is het relevante informatie te weten of deze financiele instellingen bonussen gaan uitkeren.
Ik vind het niet eens een gemiste kans, ik vind het een gospe.
Op 2 oktober heeft kamerlid Vos (PVDA) opnieuw vragen gesteld over DSB, dit keer over het feit dat de NIBI-SVV examens (dit zijn bancaire examens) voor DSB medewerkers worden gehouden op het hoofdkantoor van DSB. De laatste vraag suggereert dat hiermee fraude in de hand zou kunnen worden gewerkt. Los van het feit dat het tijdstip van het stellen van de vragen opvallend is, is het vragen naar de bekende weg. Een simpel mailtje naar het NIBE-SVV laat zien dat het de gewone praktijk is om bij financiele instellingen op lokatie examens af te nemen.
Het stellen van deze vragen op dit zeer specifieke moment roept bij mij de vraag op of het kamerlid, dat al eerder opvallende vragen heeft gesteld (zie mijn blog van 4 oktoberhttp://bank.blog.nl/dsb/2009/10/04/deze-vragen-zijn-serieus-gesteld-aan-bos-ik-geef-u-vast-de-antwoorden ) oprecht geinteresseerd is in het antwoord of slechts de DSB bank in een kwaad daglicht wil stellen.
Lees verder voor de vragen en het antwoord van de directeur van het NIBE-SVV. Lees verder
Op 1 oktober hebben de kamerleden Vos en Spekman, beide PVDA, vragen over DSB gesteld aan minister Bos naar aanleiding van NOVA-uitzending van 28 september. Omdat ik (1) eigenlijk niet snap waarom dit soort vragen aan een minister worden gesteld, de bronnen zijn namelijk anoniem en (2) de vragen erg voor de hand vind liggen en bij het kinderachtige af, geef ik vast de antwoorden.
Vraag: Bent u bekend met de inhoud van de uitzending van het actualiteitenprogramma NOVA over de verkooppraktijken van DSB?
Antwoord: Ja
Vraag: Is het waar dat het verkopen van bijproducten zoals koopsompolissen lange tijd onderdeel was van het verkoopbeleid van DSB?
Antwoord: DSB heeft twee takken van sport: bankieren en verzekeren. Koopsompolissen zijn dan geen bijproduct, maar een hoofdproduct (zoals bij zoveel andere verzekeringsmaatschappijen, die overigens ook bankieren)
Vraag: Is het waar dat er wekelijks een T-shirt werd uitgereikt aan de beste verkoper van koopsompolissen met daarop het woord “koopsomkanjer”?
Antwoord: Hoe dacht u dan dat er verkocht werd? Medewerkers dienen gemotiveeerd te worden te verkopen, dat is de grondslag van een commerciele ondernemening. En als je koopsommen verkoopt, dan is de tekst niet geheel toevallig gekozen. Gelukkig dat DSB niet heeft gekozen om bonussen ter beschikking te stellen zoals zoveel andere banken, maar slechts een T-shirt. Het is een publiek geheim dat met name verzekeringsverkopers veel ‘incentive-reizen’ krijgen aangeboden, meestal naar zonnige oorden of waar snelle auto’s rijden.
Vraag: Is de bewering waar dat 80% van de opbrengsten van de koopsompolissen direct ten goede kwamen van DSB?
Antwoord: het lijkt mij juist dat de winst de een bedrijf maakt met verkoop ten gunste komt van dat bedrijf (na aftrek van belasting). Een bedrijf, ook een bank of verzekeraar, is vrij de hoogte van de commissie vast te stellen, dat heeft onlangs de AFM nog weer eens bevestigd, mits een en ander transparant is voor de klant. De provisies op koopsommen zijn in de hele branch zeer hoog. De commissie De Ruiter (vanuit de branch zelf) heeft vastgesteld dat van iederen euro slechts 40 cent wordt belegd! DSB doet dus wat andere verzekeraars ook doen en deden: veel geld verdienen. Men spreekt niet voor niets over de “woekerpolis”.
Vraag: Was er sprak van koppelverkoop van hypotheken met Verzekeringen bij DSB?
Antwoord: Koppelverkoop is niet toegestaan. Echter met name bij hypotheken is een koppeling met een verzekering een zeer veel voorkomende (de beleggingsverzekering). Uit de opbrengst van de verzekering wordt de hypotheek, waarop niet wordt afgelost) terugbetaald (als er dan tenminste nog wat over is van de beleggingen, zie bovenstaande opmerkingen). Koppelverkoop an sich is niet erg. Verkopers van reizen bieden ook een reisverzekering aan; het gaat om het mogelijk verplichte karakter ervan en het feit dat de klant het weet of kan weten.
Vraag: Is het waar dat klanten in een carrousel van nieuwe leningen en koopsompolissen terecht kwamen als de rente op vorige leningen was verhoogd?
Antwoord: geen idee
Vraag: Is de bewering waar dat 1,6 miljard euro van de winst van DSB uit provisies op koopsompolissen werd behaald?
Antwoord: DSB heeft de afgelopen 3 jaar netto 150 miljoen verdiend (dat vind zelfs NOVA); 1,6 miljard lijkt onwaarschijnlijk, maar zo ja, dan zal collega De Jager daar zeer blij mee zijn!
Vraag: Heeft u een overzicht van de maatschappelijke kosten die de verkooppraktijk van DSB de Nederlandse samenleving en dus de Nederlandse belastingbetaler met zich hebben meegebracht?
Antwoord: geen idee, maar ik denk dat het opstellen van deze vragen en de beantwoording ervan de Nederlandse belastingbetaler meer geld hebben gekost dan de verkooppraktijk van DSB
Recente Reacties