Banken als het beste van twee werelden (column BNR van 10 december 2012)

gesproken column

Ik studeerde af eind jaren zeventig en stond voor de keuze, solliciteren in het bedrijfsleven of bij de overheid. Dat was destijds geen eenvoudige keuze. Het bedrijfsleven was op een haar na dood. Via door de Nationale Investeringsbank beschikbaar gestelde achtergestelde leningen probeerde de overheid te redden wat er te redden viel. Kiezen voor het bedrijfsleven was een grote gok, een ongewisse carriere. En als je dan uit een ambtenaarsgezin komt, dan lijkt de veilige keuze snel gemaakt. Een redelijk, maar bescheiden salaris, een zeker pensioen, life-time employment.

Maar gelukkig voor mij waren er ook nog de banken. Hoewel we het toen nog niet hadden over ‘too big to fail’ waren de banken toen ook al een beschermde diersoort. Zij boden ‘het beste van twee werelden’: grote zekerheid en hoog inkomen en je was werkzaam in het bedrijfsleven. Want ambtenaar zijn was in die tijd toch een tweede keus.

Ergens in de jaren tachtig is het misgegaan. Drie kabinetten Lubbers zorgden voor een enorme opleving van de marktsector. En de overheid besloot ook bedrijven waar zij eigenaar van was, op afstand te zetten of zelfs ‘naar de markt’ te brengen. Een goed voorbeeld daarvan is de start van de Postbank in 1986. De ambtenaren van de Rijkspostspaarbank kregen de status van bankmedewerker. Zoals gezegd, niet z’n groot verschil. Maar daarmee was het begrip semi-overheid geintroduceerd.

Semi-overheidsbedrijven zijn ‘hom noch kuit’ en de wrange vruchten plukken we vandaag de dag. Semi-overheidsbedrijven als scholen, woningsbouwcorporaties, ziekenhuizen kennen niet, of nauwelijks de tucht van de markt -daarmee bedoel ik, plat gezegd, ontslag of faillissement als het misgaat. En als de markt geen toezicht houdt, dan wordt het heel lastig. Dat hebben we gezien bij onderwijsgroep Amarantis en corporatie Vestia. De besturen hadden bijna een vrijbrief en dat is goed te zien in de salarissen. Zij gingen zich gedragen en spiegelen aan de marktsector.

Vanaf 1 januari 2013 geldt de Wet Normering Topinkomens. Het topinkomen in 2013 wordt ruim € 228.000. Het kabinet wil uiteindelijk naar 100% van het ministerssalaris.

In de bankensector zijn naast natuurlijk De Nederlandse Bank, twee semi-overheidsbedrijven: Bank Nederlandse Gemeenten en Nederlandse Waterschapsbank. De topmannen gaan inleveren, want zij verdienen respectievelijk 518.000 euro en 313.000 euro. Curieus genoeg wordt ABN AMRO niet als semi-overheid gezien. Zalm mag zijn 750.000 blijven verdienen.

Ik zou er geen moeite mee hebben als we terugkeren naar de jaren zeventig. Hebben organisaties niet een echt breed  maatschappelijk doel, dan volledig privatiseren. Zijn die organisaties cruciaal voor ons allemaal en is concurrentie lastig, dan zijn het overheidsbedrijven. Dan ben je weer gewoon ambtenaar, met alle voor-en nadelen die er bij horen.

 

Lees ook:kredietcrisis: Freddie Mac collecteert op de beurs
Lees ook:Geen cadeautjes voor de banken (BNR column van 18 maart 2013)
Lees ook:Voor wie is het Holland Financieel Centrum eigenlijk bedoeld?
Lees ook:Wie gelooft de ratingbureau’s eigenlijk nog?
Lees ook:Heimwee naar de VOC-tijd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.