Categorie: "FD-COLUMNS"

Nieuwe provisieregels bevoordelen verzekeraars

Vandaag debatteert de 2e kamer over het provisie-verbod. Op 1 november verscheen in de digitale FD een column van mij over dit onderwerp.

Minister de Jager heeft zijn langverwachte brief inzake de nieuwe provisieregels voor verzekeraars naar de Tweede kamer gestuurd. De conclusie is niet nieuw: de minister wil dat tussenpersonen voortaan niet meer betaald worden door de verzekeraar, maar rechtstreeks door de consument. Basis voor de conclusies is een onderzoek van Stichting Economisch Onderzoek (het rapport). De verzekeraars zelf hadden een dergelijke conclusie ook al getrokken. Het Verbond van Verzekaars had in februari 2010 haar position-paper  ’CAR’ gepubliceerd (CAR staat voor Customer Agreed Remuneration, ook wel genoemd: ” de klant aan het stuur”, (het rapport).

Reden voor de ingrijpende wijziging van het provisiesysteem is dat de tussenpersoon bij de verkoop van verzekeringsproducten geleid werd door wat de Minister noemt ‘perverse beloningsprikkels’. Met andere woorden, de tussenpersoon keek meer naar de eigen portemonnee en niet naar het belang van de consument. Daarnaast stelt de  Minister dat de consument door de aard van het product (m.n. de  incidentele afname en de complexiteit) niet voldoende in staat was om kritisch tegenwicht te bieden.

De beleidswijziging van de Minister is op zich een goede zaak. De eerste stap in een cultuuromslag is duidelijkheid omtrent de echte prijs van een product en de daaraan verbonden kosten. De grote vraag is of het gaat helpen om de consument aan betere en goedkopere verzekeringsproducten te helpen. Ik ben sceptisch.

Het SEO maakt in haar rapport aan de Minister duidelijk dat meer transparantie niet direct leidt tot mondiger en kritischer consumenten. Als klanten expliciet moeten gaan betalen aan de tussenpersoon zal de consument zich de vraag stellen  (1) wat is de kwaliteit van de tussenpersoon en (2) wat gaat het advies mij kosten. Kwaliteit kost geld en het gevaar bestaat dat juist die goede (=duurdere) adviseurs het loodje zullen leggen omdat de consument door gebrek aan kennis en ervaring geen prijskaartje kan hangen aan de dienstverlening van de tussenpersoon. Dit klemt des te meer omdat het verbod op provisie nu juist gaat gelden voor producten die slechts incidenteel als gevolg van de lange looptijd van het product worden afgenomen (hypotheken, levensverzekeringen).

Daarnaast is het vraag of consumenten willen betalen voor een financieel product waarbij niet precies van te voren vast staat wat er geleverd gaat worden voor hoeveel euro’s. In een grijs verleden heeft de VEB Bottom-Line (voorganger Alex Beleggersbank) ooit getracht het beleggingsadvies op een uurtarief te zetten. Het experiment is hopeloos mislukt. Klanten werden zenuwachtig van de ‘tikkende provisieklok’ en  wilden graag dat het tarief weer versleuteld werd in de aankoopcommissie! Ik zie op dit moment ook niet veel vermogensbeheerders die een uurtarief hanteren.

En gaan de producten goedkoper worden omdat de provisie eruit gaat?  Ik zou zeggen ‘keep on dreaming’. Je moet wel erg veel geloof hebben in de goede wil van verzekeraars. Het lijkt mij koren op de molen voor verzekeraars. Ik denk en verwacht dat nu het directe kanaal snel belangrijker zal worden en daardoor rendabeler (het directe kanaal wordt sterk bepaald door volume). De prijzen zullen alleen maar dalen door meer concurrentie en dat zal de kwaliteit vergroten (de Minister wil graag dat consumenten gaan ‘shoppen’) . Het is daarom te hopen dat er meer initiatieven als Brand New Day zullen komen. En de goede tussenpersonen zullen hun meerwaarde moeten gaan bewijzen.

Eerder verschenen op www.fd.nl (1/11/2010)

CPB: kleinere banken kunnen zorgen voor stabiliteit

Recent kwam er een gedegen, maar nogal abstracte scenariostudie van het CPB uit waarin de conclusie werd getrokken dat toezichthouders niet alle banken over een kam zouden moeten scheren, maar veel meer rekening moeten houden met de typologie van de banken. Met andere woorden, banken verschillen (in onderlinge afhankelijkheid, in hun funding, in omvang, in mate van internationalisatie) en dus zou ook het toezicht daarop moeten inspelen.

De studie geeft handvaten hoe een volgende bankencrisis te voorkomen. Conclusie:  (1) zorg dat banken kleiner en minder internationaler worden; (2)  zorg dat het  spaargeld wordt afgeschermd van de handel voor eigen rekening van de banken; (3) zorg dat de onderlinge verwevenheid beperkt blijft.

Opvallend is dat het CPB volgens eigen zeggen voortborduurt op een studie van DNB uit 2009 (zie hier mijn reactie), maar de conclusies staan toch min of meer haaks op de toekomstvisie die DNB en in haar kielzog enkele bankbestuurders en lobbyisten voor ogen hebben.

De discussie lijkt zich echter toe te spitsen op het beschermen van spaargeld. Toezichthouders lijken op dit punt van mening te verschillen. In de VS kiest de Obama voor de ‘Volcker-rule’; die verbiedt elke Amerikaanse bank te handelen voor eigen rekening als er geen klantbelang mee gediend is. In Europa ligt de discussie genuanceerder, alhoewel in Nederland  AFM-topman Hoogervorst zich ook positiefover de ‘Volcker-rule’ heeft uitgelaten.

Ik deel de genuanceerde aanpak.  Banken die bedrijven bedienen moeten soms tijdelijk als tegenpartij optreden (dat is van oudsher een kernactiviteit van een bank, de transformatiefunctie!). Daarnaast kan een bank alleen kennis opdoen over de prijsvorming door zelf actief te zijn in de kapitaalmarkt (een wijze les van mijn oude baas in de dealingroom van AMRO bank). Alles draait dan ook om de schaal en intentie van de handel voor eigen rekening en zeker ook om de beloningsstructuur. Dit is niet zomaar in strikte regelgeving te vatten. Zowel de RvC als de toezichthouder moeten deze activiteiten keer op keer beoordelen met kennis en ervaring. Daarbij zullen hogere vermogenseisen (Basel 3) er zorg voor dragen dat bij banken ‘proprietary trading’ beperkt zal gaan worden.

Het CPB-pleidooi voor kleinere banken is niet aan Wellink besteed. Hoewel de ‘kredietcrisis’ zijn bewijsvoering (grote banken zijn weerbaarder) onderuit heeft gehaald, blijft hij pleiten voor schaalvergroting. De grote banken hadden staatssteun nodig, de kleintjes niet. Er is op zich natuurlijk niets mis met grote internationale banken. Banken moeten hun klanten volgen, ook in het buitenland. De oude ABN was daar een goed voorbeeld van. Bij mij is altijd de indruk gewekt dat de roep van DNB om grote, vooral internationale banken vooral werd ingegeven door het feit dat DNB dan als ‘centrale bank van thuisbank’ een belangrijke rol kon spelen. Het CPB maakt met dat argument korte metten (pag. 83).

De tijd lijkt rijp voor een herwaardering van de kleinere bank. Onderzoek van  SNL Financial in de VS wijst uit dat kleine banken het op veel fronten beter deden dan grote banken. Globaal maken de kleine banken 2x zoveel rendement op leningen als de grote banken en omdat zij dichter bij de klant staan schrijven zij aanzienlijk minder af op leningen. Tot slot, niet onbelangrijk, kleine banken kunnen faillietgaan zonder dat er een systeemcrisis ontstaat.

Eerder verschenen op www.fd.nl (1/10/2010)