Heimwee naar de VOC-tijd

In het programma Debat op 2 van 16 januari 2013 mochten een aantal Nederlanders, die niet op de ‘graailijst‘ van semi-overheidsfuncties voorkomen in debat gaan met personen die wél op die lijst staan. Het gaf weer zeer ongemakkelijke televisie. En dan heb ik het niet over de vraag of semi-overheidsfunctionarissen meer of minder mogen verdienen dan de Minister-President. Ik ben het met Jort Kelder eens: “if you pay peanuts, you get monkeys”. Mij irriteert de onder het oppervlak sluimerende opvatting dat de norm zou moeten zijn dat iedereen hetzelfde moet verdienen, ook al dragen sommigen overduidelijk meer verantwoordelijkheid. Het werd pijnlijk geïllustreerd door een mevrouw die met bijna overslaande stem riep dat de leraren óók heel hard werken en dat daardoor de Hogeschooldirectrice 50% salaris moet inleveren (zie hier op 11:40).

Nederland wordt een land zonder zout in de soep. Afgunst is de nieuwe norm geworden. Het is bon ton geworden dat je alleen nog maar mag zeggen dat werken een ideaal is, dat de geldelijke beloning geen stimulans is. Ik geloof er niets van. Natuurlijk, leuk werk is belangrijk, maar het salaris is minstens zo belangrijk. En als je harder werkt en een betere prestatie levert, dan wil je b eter betaald worden.

Deze week was er weer ophef over de hoogste baas van ASML, Meurice, die wat aandelen en opties had verkocht en daar 10 miljoen aan overhield. Buitenproportioneel, kraaide het FNV Bondgenoten. Het deed mij denken aan de affaire Hommen (ING). Je houdt het niet voor mogelijk. Meurice houdt zich nota bene keurig aan de de ‘Nederlandse Corporate Governance code‘; hij hield zijn aandelen zelfs veel langer vast dan verplicht en verkoopt ze dan om hem moverende redenen na 9 jaar (per jaar is het bedrag aanzienlijk minder, dus de vergelijking in de Volkskrant is van het bekende appels/peren niveau) en krijgt een bak maatschappelijke ophef over zich heen. Dat niet alleen hij, maar het hele personeel meeprofiteert (er wordt  64,5 mio verdeeld onder de 6547 medewerkers, dat is 18% van hun jaar­salaris), wordt onder het tapijt geschoven, dat past niet in wereldbeeld van de vakbonden. Waar het om gaat is dat ASML een privaat bedrijf is; de stakeholders (commissarissen, aandeelhouders, bestuurders, werknemers) bepalen daar het beloningsbeleid. Meurice loopt risico en mag daarvoor beloond worden en als de stakeholders vinden dat 140 modaal OK is omdat ASML een unieke positie op een wereldmarkt heeft en het erg goed doet, dan hebben we dat te accepteren.

En onmiddellijk gaat de discussie in Nederland weer over vaste versus variabele salarissen *zucht*. Kilian, the bonus is the evil hand of the devil, Wawoe, kom er maar in. Ik vind de variabele beloning een uitstekend instrument. Om twee redenen: (1) Het vormt een beschermende, meedeinende laag rondom een onderneming. Gaat het slecht, dan dalen de loonkosten en andersom. Minder variabel betekent gewoon hogere vaste salarissen (en dan gaat ook het pensioen omhoog); (2) Het is een mooie manier om werknemers die net een beetje harder willen lopen dan de anderen, daarvoor te belonen (natuurlijk: met de juiste niet-perverse criteria en ‘claw back’ clausules).

Je gaat bijna weer terug verlangen naar die Gouden Eeuw periode. Naar Gabriel Marselis. Die VOC-man had er geen moeite om toe te geven dat het ging om geld verdienen (zie hier: op 19:02).

 

Lees ook:Keep on dreaming (column BNR 2 december 2013)
Lees ook:Nogmaals SNS Reaal: beloningsbeleid RvB en misplaatste woede Bos
Lees ook:Een typisch NVB compromis: oogt leuk, maar gaat niets veranderen
Lees ook:Lijstje: Fortis beste werkgever van Nederland
Lees ook:kredietcrisis: Freddie Mac collecteert op de beurs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.